Zand, niets dan zand
waar gaat nu die warme hand
deze weg is gortdroog
bij elke stap zak ik verder in.
De woestijn is nu mijn klankbord
de cactus is het leven
bergen kunnen mij beschutting geven
maar voorlopig: niets dan zand.
Een metgezel drong zich aan mij op
het is de stilte die zich voor kwam stellen
de zon droogt mijn huid nu verder uit
deze omgeving ontbeert elk geluid.
De wind is hard en laat ’t zand kolken
geen berg of cactus in velden of wegen
in gedachten weer terug naar vruchtbaar leven
maar de droogte maakt me bang.